Het cobra-effect of: hoe zorg je ervoor dat een interventie de zaak niet verergert

‘Briljant idee! Gaan we doen’ werd er geroepen.

If only they knew.

Verhaaltje:
Er was eens een stad in India. Met een nogal pittig cobra-overschot; en ze wilden daar uiteraard vanaf. Het gemeentebestuur probeerde eerst de standaard aanpak: vallen zetten, gif strooien. Dat soort dingen. Nettoresultaat: nada.

Tot een slimme Harry van de gemeente een heel goed idee kreeg. ‘We betalen iedereen die een cobra aandraagt… of nee, laten we geld geven voor elke cobrastaart. Veiliger voor de mensen en anders zitten wij met al die beesten.’

Juist: briljant! En zo geschiedde. Al snel kwamen de eerste slangenstaarten binnen en kwam de plaag onder controle.

Totdat een alerte ambtenaar erachter kwam dat er niet alleen slimme Harry’s zijn, maar ook handige Harry’s.
En die hadden een nog briljanter plan waarmee ze snel veel geld konden verdienen.
Uit het zicht hokken vol cobra’s neerzetten en zorgen dat er baby-cobra’s geboren worden. Zodra de cobra oud genoeg is gaat de staart eraf en cashen maar.

Dat kon natuurlijk niet de bedoeling zijn! De regeling werd direct stopgezet. In no-time stopten ook de fokkerijen. Alle slangen gingen hun vrijheid tegemoet.
Met als gevolg dat er meer cobra’s in de stad waren dan voordat de regeling er was.

Het cobra-effect: je wilt minder van iets, maar uiteindelijk heb je er meer van.

Slaapmedicatie met als bijwerking slapeloosheid.
Een kakkerlak doodtrappen met als gevolg meer kakkerlakken.

In organisaties komt dit vaker voor dan je lief is.
Om maar een paar voor de hand liggende voorbeelden te noemen:

Je wilt minder wantrouwen in je team en eindigt door de interventies die je doet met meer wantrouwen.
Je wilt minder ontevreden klanten en eindigt met meer ontevreden klanten.
Je wilt minder verzuim en eindigt met meer verzuim.

De hamvraag is natuurlijk: Wat kun je doen om de kans op dit cobra-effect te verminderen?
Met nadruk op verminderen. Ik denk namelijk niet dat het helemaal te voorkomen is. Dat riekt mij iets teveel naar een maakbaarheidsillusie. Maar je kunt er wel alert op zijn.

Door vooraf heel goed na te gaan: wanneer we dit plan willen uitvoeren, wat gebeurt er dan?

Deze vraag beantwoord je natuurlijk in eerste instantie zelf.

Maar vraag ook vooral je meest creatieve doemdenkers in.  Deze mensen kunnen scenario’s bedenken voor hoe het dit plan goed mis kan gaan waar jij waarschijnlijk nooit op was gekomen.

Daarna vraag je de realisten: hoe groot denken zij dat de kans is dat die worst case scenario’s ook echt gaan gebeuren?

Pas op basis van de antwoorden die je hebt, je idee aan.

Monitor tussendoor

Blijf vervolgens in de gaten houden: werkt het?
Om dat te weten is het nodig dat je vooraf hebt benoemd
–    wat zien en horen we als het werkt
–    wat zien en horen we als het niet werkt.
–    wat zien en horen we als het averechts werkt.

Tijdens het uitvoeren stel je met regelmaat de vraag ‘wat zien we en wat horen we nu?’.  Ben je aan het krijgen wat je wilt?

Stel deze vraag op logische plekken en op onlogische plekken. Dus niet alleen in je MT, maar bij wijze van spreken ook aan de kantine-medewerker.

Start pilot-test-experiment groepen op (of welke term je er ook aan wilt geven)

Niet zozeer om te weten ‘is dit een goed idee’ maar vooral om te weten: ‘wanneer we dit zo doen, wat gebeurt er dan?’

Kleine, veilige proeftuintjes, mini-laboratoria waarin je het effect van gedrag gaat onderzoeken. Waarin je kunt leren van wat er misgaat voordat je gaat opschalen.

Waarin de deelnemers weten dat het een proeftuin is, waarin het van tevoren vanzelfsprekend is dat je alles wat gezegd moet worden, wordt gezegd. De manier waarop je deze groepen vormgeeft, gaat bepalen of dat ook echt gaat gebeuren.

Vind je dit artikel interessant? Laat het weten reageer of abonneer je op de RSS feed.
Over Maaike Nooitgedagt

Maaike Nooitgedagt is een van de partners van Gewoon aan de slag. Samen met Wendy Nieuwland schreef zij het boek 'Veranderen 3.0. 7 essentiële principes voor organisatieverandering van binnenuit.'

Reacties

  1. Het Cobra-effect. Mooi. Je wil meer vrije tijd, dus je koopt een computer, en je eindigt met minder – zoiets? 😉

Laat wat van je horen

*